Na ongeveer twee jaar wekelijks de Leiden Underground rondleiding te hebben gegeven heb ik enorm veel dingen ontdekt in het ondergrondse Leiden. Zo is bijvoorbeeld het aantal oude kelders in Leiden veel groter dan je zou denken (meer dan 50 kelders). Binnen dit grote aantal zijn veel verschillende bouwstijlen en kelderfuncties te ontdekken. Dit is het eerste deel van een blog-reeks over de functies van Leidse kelders: De kelder met enkel een toegang vanaf de straat.


Bepalen van de functie 

De functie van een kelder is soms lastig om vast te stellen, vaak zijn oude kelders honderden jaren in gebruik geweest waardoor de oudste kenmerken zijn verdwenen. De kelders met enkel een toegang vanaf de straat zijn vaak al in de 15e of 16e eeuw gebouwd. Bouwhistorische kenmerken zoals kaars nissen, haardplaatsen en schoorstenen kunnen een goede indicatie geven maar zijn jammer genoeg niet altijd aanwezig. Een aspect dat ook mee helpt is de ligging van de kelder ten opzichte van de straat en de positie onder het gebouw.

Zo heb ik een groep kelders ontdekt met enkel een toegang vanaf de straat. Deze kelders konden vanaf straatniveau direct met een trap naar beneden bereikt worden. Dit had natuurlijk een specifieke functie. Het kan betekenen dat de kelder gebouwd is als een op zichzelf staande ruimte en niet vanuit het pand dat er bovenop stond bereikbaar was. In enkele kelders binnen deze groep zijn wel interne trappen vanuit het pand naar de kelder aanwezig maar deze zijn pas later geplaatst.

Op de afbeelding rechts is te zien hoe de Breestraat tussen de Mandenmakersteeg en Maarsmansteeg eruit zag in de 16e eeuw. Het eerste huis op de afbeelding heeft een kelderluik die vanuit de Breestraat toegang verschaft tot de kelder. Helaas is weinig bewaard gebleven van dit oude stukje Breestraat.


Waar in Leiden

In Leiden kom je dit soort kelders veel tegen op de Breestraat. Dit komt ten eerste door de hogere ligging van de Breestraat, van oorsprong is de straat een oeverwal (een soort natuurlijke dijk) van de Rijn. Hierdoor had je bij het graven van een kelder op de Breestraat geen last van grondwater. Het vele water kon bij het aanleggen van kelders in de rest van Leiden wel voor problemen zorgen.

Verder is de Breestraat een belangrijke straat geweest voor het oude Leiden door het handelskarakter van de straat, het vele verkeer dat door de straat kwam en de ligging dicht bij verschillende markten. De aanwezigheid van handel rond de Breestraat geeft een belangrijke aanwijzing voor de functie van de kelders. De status van de Breestraat zorgde ervoor dat de rijke en belangrijke personen van de stad hier gingen wonen, dit waren mensen met genoeg vermogen om een kelder te laten bouwen.

Voor Leiden Underground heb ik toegang kunnen krijgen tot de kelder onder Breestraat 121. Het is een riante kelder waarbij de trap richting de Breestraat nog deels aanwezig is. De kelder is in de 15e eeuw gebouwd met toegang vanuit de straat. De trap die nu nog aanwezig is loopt voorbij de voorgevel tot onder de stoep. Dit type kelder is onder meerdere panden langs de Breestraat terug te vinden, allemaal met dezelfde kenmerkende trap naar de Breestraat.


Functie

Waarom werden er eigenlijk kelders gebouwd met enkel toegang vanuit de straat? Een van de redenen moet toch geld zijn geweest; de kelder kon apart van het pand verhuurd worden waardoor de eigenaar hier goed aan verdiende. Tegenwoordig zal het lastig zijn om een huurder te vinden voor een donkere kelder, hoewel in de moderne huizenmarkt niks meer te gek is. In de 15e eeuw lag dit heel anders en waren de kelders aan de Breestraat gewild.

Door kelderonderzoek in andere steden zoals Arnhem en Den Bosch weten we wat de verschillende functies waren van dit soort kelders. Ze waren bedoeld voor de opslag van goederen en werden gebruikt als werkplaats en/of als woning. In Leiden zijn nog geen aanwijzingen gevonden van kelderwoningen uit de 15e en 16e eeuw maar wel in kelders uit de 17e en 18e eeuw. De kelders met enkel toegang vanuit de Breestraat waren dus gebouwd om te dienen als opslag- en/of werkplaats. Vaak huurde handelaren een kelder voor de opslag van hun marktgoederen. Handelaren die naar Leiden trokken om hun spullen op de markt te verkopen bezaten geen opslagruimte in Leiden. Tussen verschillende markten door was het wel noodzakelijk dat de goederen veilig werden opgeslagen en daarvoor huurde men een kelder. De kelder bood bescherming tegen diefstal: het waren afgesloten ruimtes met een ingang aan een drukke straat. Daarbij zorgde het koele en licht vochtige klimaat voor goede omstandigheden om bepaalde goederen zoals linnen en leer op te slaan.


Werkplaatsen

Een werkplaats is natuurlijk niet het eerste dat je denkt aan te treffen in een kelder. Wie wil er nou de hele dag werken in een afgesloten, muffe ruimte zonder daglicht? Kelders hebben echter ook voordelen, zo blijft de stank die bij sommige werkzaamheden vrij komt in dezelfde ruimte hangen, wat stankoverlast kan voorkomen. Naast het voorkomen van stankoverlast waren kelders ook handig tegen stadsbranden, afgesloten bakstenen ruimtes zijn immers erg brandveilig. Zo zijn er bijvoorbeeld sporen van een smidse gevonden in een Leidse kelder aan de Breestraat.


Stank

Vooral het stadsbestuur zag de voordelen van een kelder als werkplaats, bijna niemand wil vrijwillig de hele dag in een kelder staan. Een Leidse stadskeur (stadswet) uit 1438 bepaalde dat smeerkaarsen alleen nog gemaakt mochten worden in kelders met een schoorsteen en zonder luchtgaten naar de straat. Smeerkaarsen zijn kaarsen die gemaakt werden van dierlijk vet, voornamelijk rundvet. Smeerkaarsen werden gebruikt door de armere bevolking van Leiden, de rijkere hadden kaarsen van bijenwas. Een van de redenen dat het maken van smeerkaarsen in een kelder moest gebeuren was natuurlijk het vuur dat nodig was bij het smelten van het rundvet. Maar, de belangrijkste reden was waarschijnlijk de enorme stank die vrij kwam bij het smelten van vet. Dat het stadsbestuur het nodig vond om expliciet vast te leggen dat de kelder geen luchtgaten mocht hebben naar de straat doet vermoeden hoe erg het gestonken moet hebben. Ondanks hun stank werden smeerkaarsen wel veel gebruikt in het dagelijks leven, waskaarsen waren namelijk nog erg kostbaar.

In 1450 werd een andere Leidse stadskeur uitgevaardigd, ditmaal werd bepaald dat het opslaan en bewerken van leer enkel nog in kelders mocht plaatsvinden. Wederom zal de stank een belangrijke rol hebben gespeeld bij dit besluit. Het looien van leer stinkt namelijk behoorlijk, huiden werden enkele weken geweekt in een oplossing van kalk en urine om het vet en haar van het leer af te weken. In veel steden werden leerlooiers om de stank verbannen naar plekken buiten de stadsmuren, maar in Leiden werden ze dus verbannen naar het ondergrondse.


Straatbeeld

De kelders moeten algemeen bekend zijn geweest in de 15 en 16e eeuw, in ieder geval niet zo geheim en onvindbaar als dat ze nu zijn. Vooral kelders met enkel toegang vanuit de straat moeten aanwezig zijn geweest in het Leidse straatbeeld van de 15e en 16e eeuw. Ongeveer 150 jaar geleden had de Breestraat ook nog een heel ander uiterlijk. Op de foto rechts is een stuk Breestraat te zien waarbij goed de toegang te zien is tot de kelders onder Breestraat 113. Een van de oudste kelders van Leiden en uit recent onderzoek heeft aangetoond dat het deels gebouwd is met hergebruikt Romeinse gesteente.

De toegang tot kelders werd op verschillende manieren afgedicht maar was natuurlijk altijd zichtbaar. De makkelijkste manier om de kelder af te sluiten waren luiken of kelderdeuren, waarbij waarschijnlijk een bord was geplaatst met daarop geschreven wat voor werkplaats er beneden aanwezig was. Als een leerbewerker onvindbaar was, dan kreeg hij ook geen opdrachten binnen.  Een andere manier om de keldertoegang te regelen was een pothuis. Een pothuis is klein hokje tegen de voorgevel van het pand boven de kelder aan met een deur en trap naar beneden. Het pothuisje is het onderwerp van het volgende deel in de blogreeks over kelderfuncties.